Samen voor altijd

Het ging niet goed met haar. Al een tijd niet. Haar ogen werden doffer, haar lach minder hard, haar stem zacht. Haar blik naar beneden, haar schouders laag. Haar huilen hard. Haar boosheid hardnekkig. Als mijn hart het maar houden zou.

Het was op school, ze werd gepest. Dat had zich ons leven ingesluimerd. Eerst in dat van haar, toen ze het nog alleen droeg, want hoe vertel je wat je niet begrijpt. En langzaam werd het van ons beiden. Op school hield ze zich goed, zo hoorde ik. Niets aan de hand. Vrolijk, lekker aan het spelen, sociaal, geïnteresseerd, misschien wel niet zo stevig in haar schoenen. Zodra ik de voordeur dichttrok, stortte ze in. Eerst nog gewoon een beetje, bijna onzichtbaar. Later totaal. Lange uithalen op mijn schoot, tranen in haar eten. Gesmoord huilen in haar kussen. Buikpijn. Elke dag buikpijn.

Mijn hart mocht niet breken, want dat had ze nog nodig. En natuurlijk sprak ik met haar. Met school. Met de ouders. Met psychologen. Met iedereen die het wilde horen. Want ik wist niet wat ik moest doen. Ik wist echt, echt niet meer wat ik moest doen. Als ik haar in de ochtend eindelijk naar school had kunnen krijgen, met heel veel ruzie want ze wilde niet, met extra langzaam fietsen want ze wilde niet, met verwijten naar mij want ze wilde niet en waarom deed ik niets, was ik door al mijn energie heen. Nooit geweten dat machteloosheid zo gemakkelijk een hoofdrol in mijn leven kon veroveren. Ik had er bijna een extra bord voor gedekt.

Elke valkuil ben ik met open ogen in gekieperd. Hard. Want natuurlijk moest ze op zelfverdediging en misschien wel in therapie. Natuurlijk was ze kwetsbaar en lief want dat was ze ook, maar echt helpen deed het natuurlijk allemaal niet. Natuurlijk moest ze negeren en harder en harder want dat zou helpen toch? Wat zo vaak gebeurt in deze gevallen: iedereen gaat met het slachtoffer aan de slag, want dat is makkelijker. Wat waren we hard aan de slag. Vol overgave waren we allemaal aan de slag. En ik maar zorgen dat mijn hart niet brak. Want dat hart had ze zo hard nodig.

Alles. Alles en alles en meer heb ik geprobeerd en werkelijk niets hielp. Niemand zag en hoorde op tijd wat er echt aan de hand was. Ook ik was te laat. Mijn meisje met de glimoogjes en betoverende lach veranderde in een meisje dat ik nog maar heel vaag herkende en me op een dag aankeek terwijl ze zei: “Ik heb een plan. Morgen sluit ik me op op de WC. Tot twee uur. Ik hoef niet eens de iPad. Maar dan hoef ik in ieder geval niet naar school. Ik wacht tot twee uur.” Ik zag dat ze het meende. Dat ze het met alles meende dat ze had.

Toen brak eindelijk mijn hart.

Ik trapte de machteloosheid, samen met de wanhoop, de deur uit. En regelde een andere school. Ze was ook daar boos over, maar meer nog opgelucht. Niet alles is eerlijk in het leven, al is negen jaar veel te jong om dat te ervaren, soms is niet eerlijk wel gewoon beter. In de avond van de eerste dag in haar nieuwe klas, hoorde ik haar zingen onder de douche. Dat was voor het eerst in anderhalf jaar. Mijn meisje was weer onderweg terug.

Vorige week zag ik hoe ze er weer was. Op mijn verjaardagsfeest stond ze ineens met een microfoon in haar handen. Ze zong “Samen voor altijd” in een, samen met haar zangjuf, aangepaste versie. Ze oefende, ze zorgde dat de zangjuf het stuk inspeelde, ze zorgde dat die opname via de oppas en viavia uiteindelijk op die avond terechtkwam, samen met een muziekinstallatie. Ze zong. Ze zong de sterren van de hemel. Er stond een prachtig meisje met al haar prijzenswaardige kwetsbaarheid, met alles dat ze is en nooit moet veranderen. Ook niet als haar moeder dat zegt.

Ik hoor bij jou. Jij hoort bij mij. Wij blijven samen voor altijd.

En mijn hart was weer gelijmd. Deze dame komt er wel.

4 reacties

Leave a Comment