Bushalte

man-bij-bushalteMijn keukenraam kijkt uit op een bushalte. Ik kan dit iedereen aanraden, zo’n raam. Het overtreft op allerlei manieren televisie. Ik drink er koffie, rook er stiekem sigaretjes en bekijk vooral rennende mensen die bussen dreigen te missen. Zie verliefde stelletjes afscheid nemen onder toeziend oog van altijd norse buschauffeurs. Sla ongegeneerd ruziënde stelletjes en roddelende studentenmeisjes gade. Ook mooi: de man die elke ochtend op de fiets bij het  bushaltehokje arriveert, fiets parkeert, op het bankje gaat zitten, koffie uit een thermosfles schenkt, sigaret opsteekt en zichtbaar even tot zichzelf komt.

Fantastisch en, toegegeven, een beetje voyeuristisch. Helemaal omdat niemand mij ziet. Ik woon op de derde verdieping. En niemand kijkt naar boven.

Tot twee weken geleden. Ik zong wat mee met een top veertig hit terwijl ik kleine slokjes te hete thee dronk. Bij de bushalte zat nu een nieuwe meneer. Rastahaar, legerbroek, trui, geen jas. Hij had twee halve liters bier in goudkleurig blik uitgestald en zat een joint te draaien.  Hij praatte in zichzelf en tegen de rijdende auto’s. Zijn lichaam deinde mee op een onhoorbare beat. Een bijna onzichtbaar dansje op het bushaltebankje. Het was vermakelijk om naar te kijken. Ik was moe van een lange dag rennen en vliegen en vond het mooi om te zien hoe deze meneer hetzelfde rustmomentje als ik zelf op zocht. Zij het onder andere omstandigheden.

Ineens keek de man omhoog. Recht in mijn ogen. Zomaar. Ik lachte. En toen zwaaide ik. Hij deed hetzelfde. Breeduit en met twee handen. De joint was inmiddels af en achter zijn oor gestoken. Hij stond op, stak de straat over en kwam onder mijn raam staan: “Ik wil je wat zeggen!” Ik opende mijn raam. “Wat wil je zeggen?”

“Jij zag mij! Ik voelde dat er iemand keek en jij was het!”

Daar stond hij, onder mijn raam, nog steeds dat dansje op onhoorbare beats, maar nu staand op straat. Voorbijgangers keken verbaasd en een beetje bezorgd.

“Ik heb mijn biertjes mevrouw, ik heb een goede dag.”
“Fijn” riep ik.
“Je ogen prikten me. Je bent een engel. Bedankt.”
En toen: “Ik voel me lonely, can I join you?”

In alle oprechtheid. Hij vroeg het in alle oprechtheid.

“Dat gaat niet, helaas.” En dat ging ook niet.
“No problem! Fijne dag!”

En daar swingde hij weg. Dakloos, gokte ik. En eenzaam. Maar wel met bier. En dus een fijne dag. Deze swingende man had me opgevrolijkt. En ik hem. In anderhalve minuut, met een beetje onbevoordeelde vriendelijkheid bij de bushalte. En door een keer omhoog te kijken. Onbetaalbaar, vind ik dat. Helaas is eenzaamheid lastig af te kopen. Wat je spaarsaldo ook is.Gelukkig is een glimlach gratis.

Categorieën: verhalen met een lach

Eén reactie

Geef een reactie